|
Hoe weet ik aan welke veiligheidseisen arbeidsmiddelen (ook in meer of mindere mate aanwezig op de begraafplaats) moeten voldoen?
Om aan deze veel gestelde vraag duidelijkheid te geven hierbij enige handvatten om het juiste antwoord te onderbouwen.
Hierbij zijn van toepassing de volgende wettelijke bepalingen:
- Burgerlijk wetboek artikel 7:658, waarin vastgelegd de zorgplicht (= “De werkgever is verplicht de werkplek en de gereedschappen zodanig in te richten en te onderhouden dat wordt voorkomen dat de werknemer schade lijdt”);
- Arbeidsomstandighedenwet (ARBO-wet; omstandigheden waaronder gewerkt wordt);
- Warenwet (middelen waarmee gewerkt wordt);
- Richtlijnen van de RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN (89/391/EEG en 89/655/EEG als ook de bijbehorende wijzigingen op deze richtlijnen) het betreffen minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats.
Onderstaand enige citaten ter zake doende betreffende wet en regelgeving.
Algemene bepalingen Richtlijnen 89/391/EEG & 89/655/EEG
Artikel 1: Doel
- In deze richtlijn, die de tweede bijzondere richtlijn is in de zin van art.16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG, worden minimum voorschriften vastgesteld inzake veiligheid en gezondheid voor het gebruik op het werk van de arbeidmiddelen omschreven in art. 2 door de werknemers.
- De bepalingen van Richtlijn 89/391/EEG gelden ten volle voor het gehele lid 1 bedoelde terrein, onverminderd dwingender en/of specifieke bepalingen die in deze richtlijn zijn opgenomen.
Artikel 2: Definities
In deze richtlijn (89/391/EEG) wordt verstaan onder:
- arbeidsmiddelen: alle op arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties;
- gebruik van arbeidsmiddelen: elke activiteit met betrekking tot een arbeidsmiddel, zoals in gebruikneming of buitengebruikstelling, aanwending, vervoer, reparatie, ombouwing, onderhoud, verzorging, waaronder met name ook reiniging;
- gevaarlijke zone: elke zone in en/of rondom een veiligheidsmiddel waar de aanwezigheid van een blootgestelde werknemer een gevaar voor diens veiligheid of gezondheid oplevert;
- blootgestelde werknemer: elke werknemer die zich geheel of gedeeltelijk in een gevaarlijke zone bevindt;
- bediener: de werknemer(s) die tot taak heeft (hebben) een arbeidsmiddel te gebruiken
Verplichtingen van de werkgevers
Artikel 3: Algemene verplichtingen
- De werkgever neemt de nodige maatregelen om er voor te zorgen dat arbeidsmiddelen die in een onderneming en/of de inrichting ter beschikking van de werknemers worden gesteld, geschikt zijn voor het uit te voeren werk of daartoe behoorlijk zijn aangepast, zodat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers tijdens het gebruik van deze arbeidmiddelen kunnen worden gewaarborgd. Bij de keuze van de arbeidsmiddelen die hij overweegt te gebruiken, houdt de werkgever rekening met de arbeidsomstandigheden en de specifieke kenmerken van de arbeid en met de onderneming en/of inrichting, met name op de werkplek, bestaande risico’s voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers en/of de risico’s die daaraan zouden kunnen worden toegevoegd door het gebruik van de desbetreffende arbeidsmiddelen.
- Wanneer het niet mogelijk is de veiligheid en de gezondheid van de werknemers aldus volledig te waarborgen bij het gebruik van de arbeidsmiddelen, treft de werkgever passende maatregelen om de risico’s tot een minimum te beperken.
Artikel 4: Voorschriften betreffende arbeidsmiddelen
- Onverminderd artikel 3 moet de werkgever aanschaffen en/of gebruiken:
- arbeidsmiddelen die, indien zij na 31 dec. 1992 voor de eerste maal ter beschikking van de werknemers worden gesteld in de onderneming en/of inrichting, voldoen:
- aan de bepalingen van alle communautaire richtlijnen die ter zake van toepassing zijn:
- aan de minimumvoorschriften van de bijlage I voor zover andere communautaire richtlijnen niet of slechts ten dele van toepassing zijn;
- arbeidsmiddelen die, indien zij op 31 december 1992 reeds ter beschikking van de werknemers staan in de onderneming en/of inrichting, uiterlijk vier jaar na deze datum voldoen aan de in de bijlage I opgenomen minimum voorschriften;
- De werkgever neemt de nodige maatregelen om er voor te zorgen dat de arbeidsmiddelen tijdens de gehele gebruiksduur door een adequaat onderhoud in zodanige staat wordt gehouden dat zij , naar gelang van het geval, aan de bepalingen van lid 1, onder a) of onder b), voldoen.
Artikel 5: Arbeidsmiddelen met een specifiek gevaar
Wanneer het gebruik van een arbeidsmiddel een specifiek gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers kan opleveren, neemt de werkgever de nodige maatregelen om er voor te zorgen dat:
- het gebruik van het arbeidsmiddel voorbehouden blijft aan werknemers die met dat gebruik belast zijn;
- de betrokken werknemers in geval van reparatie, ombouwing, onderhoud of verzorging daartoe een specifieke bekwaamheid bezitten.
Artikel 4 bis: Keuring van arbeidsmiddelen
- De werkgever ziet er op toe dat de arbeidsmiddelen waarvan de veiligheid afhangt van de wijze van installatie, worden onderworpen aan een eerste keuring door deskundige personen in de zin van de nationale wetgevingen en/of praktijken (na de installatie en vóór de eerste ingebruikneming) alsmede aan een keuring na elke montage op een nieuwe locatie of een nieuwe plek, teneinde ervoor te zorgen dat deze arbeidsmiddelen op de juiste wijze worden geïnstalleerd en goed functioneren.
- De werkgever ziet erop toe dat de arbeidsmiddelen die onderhevig zijn aan invloeden die leiden tot verslechteringen welke aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van gevaarlijke situaties, worden onderworpen aan:
Periodieke keuringen en, in voorkomend geval, aan periodieke proeven, door deskundige personen in de zin van nationale wetgevingen en/of praktijken;
Bijzondere keuringen door deskundige personen in de zin van de nationale wetgevingen en/of praktijken, telkens wanneer zich uitzonderlijke gebeurtenissen hebben voorgedaan die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van het arbeidsmiddel, zoals aanpassingen, ongevallen, natuurverschijnselen en langere perioden van buitengebruikstelling, teneinde te garanderen dat de veiligheid- en gezondheidsvoorschriften worden nageleefd en deze verslechteringen tijdig worden opgespoord en hersteld.
De resultaten van de keuringen moeten schriftelijk worden vastgelegd en ter beschikking van de bevoegde autoriteit worden gehouden. Zij moeten voldoende lang worden bewaard. Wanneer de betrokken arbeidsmiddelen buiten de onderneming worden gebruikt, moeten zij vergezeld gaan van een materieel bewijs van de laatste keuring.
Arbeidsmiddelen dienen ook tijdens het gebruik veilig te blijven. Om de continuïteit van veiligheid en goede arbeidsomstandigheden te waarborgen is het verstandig om uw arbeidsmiddelen regelmatig op hun goede staat te (laten) controleren.(zie artikel 3 algemene verplichtingen)
In de praktijk zijn diverse benamingen van toepassing voor in de wet genoemde handelingen!
Deze handelingen betreffen of een;
CONTROLE - INSPECTIE - KEURING
Controle wordt gedaan door de persoon die de arbeidsmiddelen gaat gebruiken en beoordeeld of beoogd gebruik in overeenstemming is met de handleiding(en). Vastlegging van deze controle vind niet plaats, wel is melding van een gevaarlijke situatie verplicht.
Inspectie is het periodiek onderzoek van arbeidmiddelen. De inspectie moet door een deskundige worden uitgevoerd, om zeker te stellen of het middel veilig ingezet kan worden. De bevindingen van deze inspectie dienen vastgelegd te worden. De inspecteur, meestal een door de organisatie aangewezen persoon, dient te beschikken over afkeurnormen van het betreffende arbeidsmiddel. De werkgever is verantwoordelijk voor uitvoering van de inspectie.
Keuring is het periodiek onderzoeken en beproeven van arbeidsmiddelen. Bij keuring wordt door een geautoriseerde en competente keurmeester (= kennis hebben van het technisch dossier van het betreffende arbeidsmiddel) een waardeoordeel uitgesproken over de bruikbaarheid van het arbeidmiddel tot een volgende keuring.
Het verschil is het waardeoordeel over de bruikbaarheid en niveau van deskundigheid. De keurmeester heeft meer specifieke kennis van het te keuren middel dan een inspecteur en beschikt over fabrieksspecificaties van het te keuren middel.
Belangrijk is hier ook dat een keurder onafhankelijk is van de eigenaar van het te keuren middel, zodat hij een objectief oordeel over goed -of afkeur kan uitbrengen. De keurder beschikt over aantoonbare deskundigheid en zorgt voor vastlegging en certificering van de gekeurde middelen.
De frequentie van inspecties of keuringen liggen niet vast. Het Arbobesluit geeft als minimum ondergrens eenmaal per jaar. De RI&E die in het bedrijf is uitgevoerd moet uitsluitsel geven omtrent de toe te passen frequenties. Gelijktijdig dient te worden beoordeeld of een inspectie voldoende is of een meer uitgebreide keuring moet worden uitgevoerd.
Arbo wet en regelgeving – Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en Plan van Aanpak
In het Arbobesluit (art. 7.2a) wordt aangegeven dat onder een keuring wordt verstaan “een onderzoek of een beproeving”
In art.7.4a van het Arbobesluit wordt over de noodzakelijke keuringen en beproevingen van arbeidsmiddelen gesproken.
Een arbeidsmiddel dat onderhevig is aan invloeden die leiden tot verslechteringen welke aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van gevaarlijke situaties wordt, zo dikwijls dit ter waarborging van de goede staat noodzakelijke is, gekeurd, waarbij het zo nodig wordt beproefd.
Keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling.
De keuring bestaat uit het periodiek onderzoeken en beproeven van de arbeidsmiddelen. Het beproeven van sterktes wordt gedaan d.m.v. trek en drukmetingen. De Honor Klanten Technische Dienst beschikt over deskundigheid en specificaties van de te keuren middelen! Bij de keuring wordt een waarde oordeel uitgesproken over de bruikbaarheid van het arbeidsmiddel op het moment van keuring.
De te keuren arbeidsmiddelen worden ieder afzonderlijk visueel gekeurd op o.a.; slijtage, vervorming en beschadiging (deuken, scheuren, lasnaden, popnagels e.a.) een functionele keuring op technisch algehele staat en goede werking.
Indien blijkt dat reparaties of vervanging van onderdelen noodzakelijk zijn kunnen deze gelijktijdig worden uitgevoerd echter alleen dan na goedkeur uwerzijds zal tot uitvoering worden overgegaan.
Na keuring wordt indien nodig een scheiding aangebracht tussen goed en afkeur van de betreffende arbeidsmiddelen vervolgens worden de gegevens geregistreerd en ontvangt u een certificaat waarmee u kunt aantonen dat uw arbeidsmiddel door de Honor Klanten Technische dienst als zijnde de deskundige is gekeurd.
SAMENVATTING
Gezien de complexe wet- en regelgeving hebben wij samenvattend duidelijkheid willen scheppen in de communicatie over het wel of niet keuren van arbeidsmiddelen.
Honor kwaliteit staat garant voor veiligheid in én rondom de groeve voor en tijdens de teraardebestelling.
Om een optimaal veilig en gezond gebruik van arbeidmiddelen te blijven garanderen is het mogelijk om een Periodieke Keuring aan te gaan. Periodiek kan de HONOR Klanten Technische Dienst op uw adres de middelen komen keuren op technische staat en goede werking. Na keuring wordt een certificaat verstrekt.
Keuren van arbeidsmiddelen zijn een waarborg voor veiligheid en kwaliteit op het moment van keuren!
Wij vertrouwen er op dat genoemde richtlijnen van betreffende instanties hiermee in het juiste perspectief zijn te plaatsen en zodoende een bijdrage te kunnen leveren in de besluitvorming “Wel of niet keuren van arbeidsmiddelen”.
|